Plat Amsterdam gevloek

Ik hoor de overdracht aan van Amir (naam gefingeerd). Ik kleed me daarna om want Amir ligt op een isolatiekamer in verband met verdenking op MRSA. Met de voor- en achternaam in mijn hoofd verwachtte ik eerlijkheidshalve iemand wiens moedertaal niet Nederlands zou zijn. “Goedemorgen Amir, ik ben Aafke, de verpleegkundige die vandaag voor je zorgt. Het is nu kwart voor acht!” Amir: “Godskolere, waarom maak je me wakker?” Met plat Amsterdams gevloek word ik dus begroet. Amir vertelt me later al meer dan 50 jaar in Amsterdam te hebben gewoond. Ik glimlach én geneer me een beetje om mijn vooroordeel.

Wat te doen?

Afijn, ik help Amir met wassen en haal hem samen met mijn collega uit bed. Tijdens het draaien en opstaan vloekt Amir meermaals. “Kijk toch uit mevrouw met die arm! **** Zit niet daar aan! *** Laat me los!!***” Mijn collega kijken elkaar af en toe aan met een verschrikte blik aan. We proberen erachter te komen wat er met hem is maar Amir gaat niet op onze vragen in. We besluiten hem met rust te laten.  In zijn stoel eet hij mokkend zijn ontbijt.

Ik merk bij mezelf de neiging om de kamer te verlaten. Het gevloek en gemopper gaat me tegenstaan en ik twijfel waar ik goed aan doe. Toch vind ik dat ik door moet zetten. Immers, ook als je iemand niet aardig vindt, verdient deze persoon immers toch goede zorg? Wel besluit ik er wat van te zeggen als het gevloek doorgaat, wanneer het voor mij onprettig wordt.

In gesprek

Amir heeft een beginnende baard. Ik vraag hem of hij altijd een baard heeft. “Nee natuurlijk niet “,  zegt hij, maar hij  is op de verpleegafdeling nooit geschoren. “Zal ik het afscheren?” vraag ik. Ik verwachtte geen enthousiast antwoord maar tot mijn verbazing knikt Amir ja. Stilzwijgend laat hij het toe. Bij het schoonmaken met warm water sluit hij zijn ogen en lijkt hij te ontspannen. Hierna ga ik naast hem zitten. “Mag ik nog eens vragen of u ergens last van hebt waardoor u snel boos wordt?”, vraag ik.  Amir antwoordt:  “Ik ben niet boos, het is niet naar jou bedoeld!”. “Dat snap ik, maar ik hoor u wel veel vloeken en ik heb het idee dat dat ergens door komt”. Na een lange stilte vertelt Amir dat hij al een week helse pijnen in zijn borstkas heeft. Hij heeft het aan het begin van de opname verteld, maar toen is er onvoldoende met die klacht gedaan. Amir besloot toen die klacht niet meer te uiten. 

Doorpakken

Gelukkig sta ik vandaag met een assertieve dokter die samen met mij de missie aangaat om Amir pijnvrij te krijgen. En dat lukt. Vier uur en de nodige pijnmedicatie later,  is Amir pijnvrij. Hij slaapt veel en tussendoor als hij wakker is, is het een ander persoon. Bij alles zegt hij dankjewel en hij is vriendelijk en open. Hij vertelt me zijn bijzondere levensverhaal, wat hem hier naar Nederland heeft gebracht en hoe hij uiteindelijk na veel verdriet toch heeft kunnen trouwen met de liefde van zijn leven. Hij heeft tranen in zijn ogen. Aan het einde van de dag bedank ik hem voor zijn verhaal. En, ik vraag hem af en toe nog wel plat Amsterdams te vloeken, omdat hij dat zo goed kan ☺

Vorige
Vorige

Nu beginnen met mediteren (incl. gratis audiofile)

Volgende
Volgende

Waarom de ademhaling zó belangrijk is